Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

 

De bronchoscopie

 

 

Wat is een bronchoscopie?

 

Een "bronchoscoop" is een dunne beweegbare slang waarbij de longarts via "een kijker" de luchtwegen (via de mond of neus) naar de keelholte, langs de stembanden naar de luchtpijp en de verderop gelegen kleinere luchtwegvertakkingen (bronchiën)) van een longpatiënt onderzoekt. Tijdens het kijken met de bronchoscoop (de bronchoscopie) kan de longarts dus de luchtwegen goed inspecteren en zonodig slijm opzuigen of kleine hapjes wegnemen (biopsieëen) uit de binnenwand van de luchtwegen. De bronchoscoop zelf kan niet echt in het longweefsel terecht komen omdat het alleen de gangetjes van de luchtwegen kan volgen. Om ook informatie over longweefselstructuren te verkrijgen wordt er soms door de luchtwegen (via het slangetje van de bronchoscoop) heen met een klein naaldje geprikt of een klein grijpertje ("een biopteur") in de kleinste luchtweg tak geplaatst. Door aan het naaldje via een spuit te zuigen of de biopteur open en dicht te doen kan er weefsel verkregen worden. Dit weefsel kan later onder de microscoop bekeken en beoordeeld worden (een andere arts, de patholoog-anatoom, onderzoekt dit) of op kweek gezet worden om de aanwezigheid op bacteriën te onderzoeken (weer een andere arts, de bacterioloog, onderzoekt dit).

 

 

Wanneer is een bronchoscopie noodzakelijk?

 

Bronchoscopie is soms noodzakelijk, als onderdeel van "andere onderzoeken", om een juiste diagnose te kunnen stellen. Onbegrepen hoestklachten, ophoesten van gekleurd of bloederig sputum, onduidelijkheid welke bacterie een bepaalde longontsteking veroorzaakt, of abnormale afwijkingen die op röntgenfoto's worden gezien kunnen redenen zijn om in de luchtwegen te gaan kijken. In minder vaak voorkomende gevallen is een bronchoscopie noodzakelijk om een behandeling te gaan uitvoeren, bijvoorbeeld na het per ongeluk inademen van een voorwerp, zoals een nootje. Door gebruik te maken van speciale paktangen die in de bronchoscoop gevoerd worden, kunnen nootjes maar ook andere materialen, verwijderd worden. In grotere ziekenhuizen kan een bronchoscoop gebruikt worden om luchtwegen weer doorgankelijk te krijgen (bijvoorbeeld laseren van abnormaal weefsel, of door het plaatsen van kippengaasrolletjes (stents)).

 

 

Welke complicaties kunnen er theoretisch optreden tijdens een bronchoscopie?

 

Complicaties tijdens een bronchoscopie treden zelden op. Als er complicaties op treden dan kan er bijvoorbeeld een bloedneus ontstaan wanneer de bronchoscoop toch een bloedvaatje in de neus heeft geraakt. Bij oudere longpatiënten kunnen hartritmestoornissen ontstaan en soms benauwdheid wanneer er toch tijdelijk een tekort aan zuurstof ontstaat. Ook bij patiënten met astma en COPD kan een bronchoscopie benauwdheidssensaties opleveren doordat de luchtwegen van deze patiëntengroep al gevoelig is. Na een biopsie kan er locaal een bloeding ontstaan, maar deze houdt meestal spontaan op. Soms kan door het wegnemen van een stukje longweefsel een klaplong (pneumothorax) ontstaan, maar ook dit gebeurt zelden en als het gebeurt dan is deze complicatie goed te behandelen. Een enkele keer kunnen duizeligheidsklachten optreden. Dit komt vaak door de verdovingsvloeistof die eerder in de keel gesprayed werd. Deze klachten verdwijnen meestal weer snel.

 

 

Hoe kan men zich het beste voor een bronchoscopie voorbereiden?

 

Een bronchoscopie wordt meestal ruim van te voren afgesproken. De bronchoscopieën in het Ommelander Ziekenhuis Groningen, locatie Lucas en Delfzicht, vinden meestal 's middags plaats. Dit betekent dat op de dag van het onderzoek de longpatiënt alleen 's ochtends vroeg (tot 8 uur) een licht ontbijt mag eten (thee met beschuit bijvoorbeeld) en daarna nuchter moet zijn. Patiënten die insuline gebruiken moeten hun ochtenddosering meestal aanpassen (vaak 2/3 van de oorspronkelijke dosering gebruiken). Voor patiënten die inhalatiemedicatie gebruiken is het niet nodig dit te stoppen. Zelfs net voor de bronchoscopie mogen puffjes gebruikt worden. Een bronchoscopie is een onderzoek die de meeste patiënten niet eerder hebben ondergaan. Dit geeft een onzeker gevoel en soms een beetje angst. Meestal is dit gevoel het vervelendste gedeelte van het onderzoek, en niet het onderzoek zelf. Veel patiënten geven aan dat het onderzoek achteraf enorm is meegevallen.

 

 

Wat kan men tijdens en na een bronchoscopie verwachten?

 

Zoals al vermeld werd zijn de longpatiënten nuchter voor het onderzoek. Tijdens het onderzoek is het niet nodig narcose- of andere slaapmiddelen toe te dienen. De keel- en neusholte worden door de bronchoscopieverpleegkundige van te voren met een spray verdoofd. Deze spray ademt de patiënt in. De spray smaakt bitter en er ontstaat een dik gevoel in de keel. Het slikken gaat moeilijker, het lijkt een beetje op een beginnende keelpijn. Door de verdovingsspray zijn de hoest- en braakreflexen voor het grootste gedeelte verdwenen. Van de bronchoscopie zelf (inclusief slijm wegzuigen en biopten wegnemen) voelt men niets. Na de bronchoscopie worden de patiënten voor een korte tijd op een verpleegafdeling geobserveerd. Ongeveer 2 uren mag er dan nog niet gegeten of gedronken worden omdat de hoest- en braakreflexen nog voor een deel afwezig zijn. Binnen 2 uren gaan de longpatiënten weer naar huis. Vaak is het zo dat patiënten binnen 5 werkdagen weer op de polikliniek longziekten terugkomen voor het bespreken van de resultaten van de diverse onderzoeken. Om een patiëntenfolder over het bronchoscopie onderzoek (ook te vinden op de startpagina van deze website) nog eens rustig door te lezen kunt u deze link downloaden: Bronchoscopisch onderzoek.

 

 

Filmpje over een bronchoscopisch onderzoek

 

Voor een kort filmpje (zonder geluid) over een bronchoscopisch onderzoek, klik op dit onderstaande plaatje.

 

 

Filmpje over een bronchoscopie.